Laat concentratie van de kinderhartchirurgie niet nog een keer mislukken

We moeten nu samen vooruit!

Wij, jonge specialisten die zorgen voor patiënten met aangeboren hartafwijkingen, maken ons zorgen. Zorgen om de toon in het debat rondom concentratie. Zorgen om de onrust die wordt gecreëerd. Zorgen dat dit zal leiden tot het mislukken van een noodzakelijk proces. Zorgen dat dit ten koste zal gaan van de kwaliteit en toekomstbestendigheid van ons vak. Dit mag niet gebeuren. Iedereen in Nederland die zich met hart en ziel inzet voor kinderen en volwassenen met een aangeboren hartafwijking wil toch juist excellente zorg bieden, nu en in de toekomst?

We zijn het allemaal eens: de kinderhartchirurgie moet concentreren. Dit is een noodzaak die al dertig jaar wordt onderkend. Een poging in 2009 liep stuk nadat emoties en centrumbelang vat kregen op het landelijk debat. Destijds was er een commissie die vooral bestond uit mensen buiten het vak die adviseerde hoe de kinderhartchirurgie geconcentreerd moest worden. Deze keer hebben juist specialisten uit het veld zelf de kar getrokken. Ze zijn bovendien afkomstig uit alle centra. Alle collega’s en ook de vakverenigingen en patiëntenverenigingen hebben continu meegekeken en meegedacht. In de afgelopen jaren is er een visie gevormd namens heel Nederland en de conclusie is helder en werd door iedereen gedeeld: kinderhartchirurgie in Nederland moet in 2, hooguit 3, centra plaatsvinden.

De inspectie en het ministerie concludeerden dat concentratie van kinderhartchirurgie in 2 centra de enige manier is om ons complexe vak op een toekomstbestendige manier te garanderen. De minister vroeg de ziekenhuisbestuurders om de locaties te bepalen. Zij konden niet boven het belang van hun eigen centrum uitstijgen en kwamen er niet uit. Ze vroegen de minister om te kiezen. Dit deed hij en hij wees de 2 locaties aan. Op dit moment vinden ingrepen aan het kinderhart plaats op 5 locaties. Het was dus zo klaar als een klontje dat de keuze van de minister ingrijpend zou zijn.

Inmiddels zijn we ruim een maand verder en is er veel ophef ontstaan. De centra die niet door de minister zijn aangewezen benadrukken hun unieke belang en stellen onmisbaar te zijn. Er is geen twijfel aan hun hoogwaardige expertise. De zorgverleners daar geven ziel en zaligheid voor hun patiënten. Sommige collega’s hebben er een decennialange carrière en duizenden patiënten hebben hun leven te danken aan de zorg die zij hier hebben ontvangen. Maar vergeet niet: expertise, passie en toewijding is er ook in de twee aangewezen locaties en ook deze centra hebben een uniek belang in de zorg in Nederland. Evenveel patiënten danken hun leven aan de zorg die zij in deze ziekenhuizen ontvangen hebben. Als de keuze van de minister anders geweest was, dan had een soortgelijk geluid uit andere plekken in Nederland kunnen komen.

Thorax Centrum
Operatie-Kinderthoraxcentrum

Men stapt over een belangrijk gegeven heen: de noodzaak tot concentratie. Ons vak staat onder druk. De toekomst is niet gezekerd en de werkdruk is ongezond hoog. We moeten hoog specialistisch werk doen, ziektebeelden komen soms maar eens per jaar voor. Expertise opdoen kost jaren en sommige operatietechnieken zijn zelfs niet voor iedere kinderhartchirurg weggelegd. Er zijn slechts 12 kinderhartchirurgen en 5 van hen zijn ouder dan 60, waarvan 1 ouder dan 70. Slechts een enkeling beheerst alle complexe operatietechnieken. Ingrepen gebeuren nu in 5 ziekenhuizen. Er zijn te weinig operaties per centrum om kostbare expertise over te dragen aan de jongere generatie. Kinderhartchirurgen garanderen nu 24/7 dienst in 5 ziekenhuizen en zijn dus bijna altijd oproepbaar. We moeten concentreren, daar zijn we het allemaal over eens. Sterker nog, het is noodzakelijk dat de concentratie op korte termijn gerealiseerd wordt. De eerste pensionering vindt plaats in mei dit jaar en doorwerken tot (na) je 70e is niet iedereen gegund.

Onbegrip over de concentratie wordt breed belicht op (sociale) media. Er wordt getwijfeld over de basis van het besluit. Volumenormen en getallen worden in twijfel getrokken. Het proces, waar iedereen bij betrokken was, wordt afgeschilderd als onbetrouwbaar en er wordt openlijk getwijfeld aan de integriteit van betrokkenen. Dit ondanks het feit dat afgevaardigden van alle centra al jaren met elkaar, het ministerie en de inspectie praten. Sommigen die zich nu tegen het proces keren waren direct betrokken waren bij hetzelfde proces. Iedereen onderstreept de noodzaak tot concentratie, maar puntje bij paaltje moet de centralisatie wel in het eigen centrum.

Er is oproep tot her-evaluatie en zelfs tot het opnieuw uitvoeren van een langlopend proces. De gevolgen van de concentratie zijn ingrijpend en dus moet het fundament stevig zijn, daar kan geen twijfel over bestaan. Echter, vertraging door het opnieuw uitvoeren van een breed gedragen proces kan consequenties hebben. De actuele situatie heeft impact op ons en onze collega’s. De landelijke verhoudingen en samenwerking staan onder druk. Overleg tussen centra over complexe patiënten wordt opgeschort. Uitwisseling in het kader van opleiding krijgt nu geen doorgang. Gerenommeerde collega’s trekken zich terug uit onderzoeksprojecten, bedoeld om de zorg voor onze patiënten te verbeteren.

De actuele spanning zijn groot en mogen geen doorgang krijgen in de zorg voor onze patiënten. We moéten blijven samenwerken. Laten we daarom het belang van patiënten met aangeboren hartafwijkingen weer op de eerste plaats zetten. Centrumbelang moet naar de achtergrond. Natuurlijk moeten er oplossingen komen voor de zorgen, zoals het herverdelen van ic-capaciteit en de regionale opvang van acuut zieke kinderen. Besef dat zulke opvang in Nederland al op veel plekken zonder kinderhartchirurg gebeurt. Alleen de hartoperaties en katheterisaties worden geconcentreerd. Op iedere locatie blijft een kinderhartcentrum met intensieve zorg en een brede kindercardiologische expertise. Er zijn reële oplossingen voor alle zorgen.

Laten we daarom de handen in Nederland weer ineenslaan. Wij, jonge kinderhartdokters, moeten het vak de komende jaren uitvoeren. De toekomst van de zorg voor patiënten met een hartafwijking rust mede op onze schouders. En die schouders willen én moeten we er met iedereen onder zetten. We moeten nu samen vooruit!


De Jonge kinderhartdokters

Gert van den Berg

Mariëlle Buitenhuis

Anke de Bruijn

Kim ten Dam

Luella Gerrits

Marieke Korpershoek

Wouter van Leeuwen

Kim van Loon

Jildau Mensink-Dillingh

Mirella Molenschot

Zineb Mzallassi

Diana Papazova

Marco Schnater

Ramon Tak

Hanna Talacua

Yannick Taverne

Linda van Wagenberg

Bram van Wijk

Jeroen Wilschut

Pieter van de Woestijne